Geheime surveillance en opsporing: Richtsnoeren voor de inrichting van wetgeving (Legal Standards for Secret Surveillance in the Context of Criminal Investigation)

53 Pages Posted: 28 Aug 2017

See all articles by Sarah Eskens

Sarah Eskens

VU University Amsterdam

O.L. van Daalen

University of Amsterdam

Nico Van Eijk

University of Amsterdam

Date Written: November 1, 2016

Abstract

Dutch Abstract: Politie en justitie maken steeds meer gebruik van digitale opsporingsmiddelen. Door technologische ontwikkelingen is het mogelijk om deze opsporingsmiddelen eenvoudig op grote schaal en tegen lage kosten in te zetten. Hierdoor vallen een aantal natuurlijke grenzen aan privacy-inmengingen weg. Het is daarmee de vraag of bestaande wettelijke waarborgen voor de toepassing van digitale opsporingsmiddelen nog voldoende bescherming bieden voor het recht op privacy en de rechtsstaat. Dit onderzoek richt zich op twee soorten waarborgen: toezicht en transparantie. In het rapport ‘Ten standards for oversight and transparency of national intelligence services’ heeft het Instituut voor Informatierecht (IViR, Universiteit van Amsterdam) het juridische kader voor toezicht en transparantie met betrekking tot nationale inlichtingen- en veiligheidsdiensten geanalyseerd. In dit nieuwe onderzoek wordt nagegaan in hoeverre dat kader ook van toepassing is op geheime surveillance door reguliere politiediensten in het belang van de opsporing van strafbare feiten.

Het juridische kader wordt gevormd door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (Handvest), en de interpretatie hiervan door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en het Hof van Justitie van de EU (HvJ EU).

We illustreren de toepassing van het kader aan de hand van het wetsvoorstel Computercriminaliteit III en doen aanbevelingen voor het toezicht op digitale opsporing door de politie. Een aanbeveling is bijvoorbeeld het instellen van een commissie vergelijkbaar met de Commissie op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (CTIVD). Een andere aanbeveling is dat er ‘real time’ toezicht moet zijn, dus tijdens de inzet van de opsporingsbevoegdheden. Digitale opsporing levert vaak startinformatie, en wordt niet altijd achteraf getoetst door een rechter in een strafrechtelijke procedure. Daarom is voortdurend toezicht nodig.

English Abstract: Law enforcement services increasingly use digital investigative means. As a result of technological developments, it is now possible for law enforcement agencies to easily use such digital tools at a large scale and against low costs. With this, some privacy protections that were embedded into these tools disappear. This raises the question if current legal safeguards for the use of digital investigative means still offer sufficient privacy protections and ensure the rule of law.

This research studies two legal safeguards: oversight and transparency. In a previous report ‘Ten standards for oversight and transparency of national intelligence services’, the Institute for Information Law (IViR, University of Amsterdam) analysed the legal framework for oversight and transparency of national intelligence - and security services. In this new research, we examine to what extent that legal framework also applies to secret surveillance conducted by police services in the investigation of criminal offences.

The legal framework is formed by article 8 of the European Convention on Human Rights (ECHR), articles 7 and 8 of the Charter of Fundamental Rights of the European Union, and related case law of the European Court of Human Rights (ECtHR) and Court of Justice of the European Union (CJEU). We illustrate the application of the legal framework by means of the Dutch legislative proposal Computer Crime III (Computercriminaliteit III), and we recommend improvements for oversight on digital investigation by police services. One recommendation is to set up an oversight commission similar to the Dutch Review Committee on the Intelligence and Security Services. Another recommendation is to regulate ‘real time’ oversight, that is, oversight while the investigation actually takes place. Digital investigations often provide initial intelligence, which is not always reviewed by a court in subsequent criminal proceedings. Therefore, ongoing oversight is necessary and legally required.

Note: Downloadable document is in Dutch.

Keywords: privacy; gegevensbescherming; EVRM; EHRM; opsporing; strafvordering; toezicht; computercriminaliteit

Suggested Citation

Eskens, Sarah and van Daalen, O.L. and Van Eijk, Nico, Geheime surveillance en opsporing: Richtsnoeren voor de inrichting van wetgeving (Legal Standards for Secret Surveillance in the Context of Criminal Investigation) (November 1, 2016). Available at SSRN: https://ssrn.com/abstract=3023846 or http://dx.doi.org/10.2139/ssrn.3023846

Sarah Eskens (Contact Author)

VU University Amsterdam ( email )

De Boelelaan 1105
Amsterdam, ND North Holland 1081 HV
Netherlands

O.L. Van Daalen

University of Amsterdam ( email )

Spui 21
Amsterdam, 1018 WB
Netherlands

Nico Van Eijk

University of Amsterdam ( email )

Spui 21
Amsterdam, 1018 WB
Netherlands

Do you have a job opening that you would like to promote on SSRN?

Paper statistics

Downloads
105
Abstract Views
517
Rank
476,610
PlumX Metrics